Informatie / Praktijkcases
Oproepkrachten
Twee recente uitspraken over oproepkrachten
1. Kantonrechter Nijmegen: niet meer oproepen is opzegging
Onlangs deed de kantonrechter in Nijmegen uitspraak in een zaak over de vraag of de mededeling niet meer op te roepen feitelijk een eenzijdige opzegging is van de arbeidsovereenkomst.
Een oproepkracht heeft sinds 1 juli 2009 een oproepovereenkomst als kinderleidster. In het contract is geregeld dat de werkgever werkneemster moet oproepen als dit in verband met van ziekte, vakantie etc. nodig wordt geacht. Werkneemster is verplicht gehoor te geven aan een oproep. In de overeenkomst stond geen einddatum, maar ook niet dat deze voor onbepaalde tijd Op een gegeven moment stuurt de werkgever de werkneemster een brief waarin hij aangeeft haar niet meer te zullen oproepen en dus geen gebruik meer zal maken van haar diensten.
De kantonrechter stelt vast dat het gaat om een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht, die niet voor een bepaalde duur is afgesloten en zodat het een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is.
De kantonrechter is het met werkneemster eens dat de brief feitelijk een eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst is. Om de arbeidsovereenkomst regelmatig te beëindigen is toestemming van het UWV nodig of had ontbinding via de kantonrechter moeten vragen. Dit is niet gebeurd en dus is de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd waardoor de werkgever schadeplichtig is.
Kantonrechter Nijmegen JAR 2011/179
Toelichting
Een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht kan een 0-urencontract zijn, maar ook een min-maxcontract waarin de te werken uren na oproep worden ingevuld.
De CAO OB maakt het mogelijk een onbeperkt aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten af te sluiten met een gezamenlijke maximumduur van drie jaar. Voor oproepcontracten adviseren wij altijd hiervan gebruik te maken en dus niet al te lang lopende tijdelijke contracten af te sluiten, bijvoorbeeld steeds voor drie maanden. Er kan dan ook niet de situatie ontstaan, waarin een werknemer met een beroep op artikel 7:610b BW aanspraak maakt op een structurele omvang van het te werken aantal uren die gelijk is aan de gemiddelde arbeidsduur van de voorafgaande drie maanden.
Bij het aangaan van een langer lopend tijdelijk contract is te adviseren een tussentijdse opzegmogelijkheid op te nemen.
2. Gerechtshof Leeuwarden: oproep minimaal 3 uur betalen
In deze zaak oordeelde het Hof dat een werknemer die wordt opgeroepen door zijn werkgever en een contract heeft voor minder dan vijftien uur per week, voor tenminste drie uur per oproep moet worden uitbetaald.
De uitspraak is gebaseerd op een bepaling die in het BW, maar de CAO OB kent in artikel 7 een zelfde bepaling.
Voor alle duidelijkheid: de uitspraak is alleen van toepassing als de volgende drie situaties gelden:
- de werknemer heeft een contract voor minder dan vijftien uur (gemiddeld);
- de werknemer werkt op oproepbasis;
- het werkpatroon van de werknemer ligt niet vast.
Alleen in dat geval is de werkgever verplicht voor iedere oproep minimaal drie uur loon uit te betalen.
Wel oordeelt het Hof dat als sprake is van een doorlopende dienst, dit is als twee oproepen meteen in elkaars verlengde liggen, er niet dubbel, maar doorgeteld moet worden. Het Hof oordeelt dat in geval een tweede oproep wordt gedaan met een tussenpoos van minder dan een kwartier na het einde van een voorgaande eerdere dienst er sprake is van een doorlopende dienst.
LJN: BR2346, Gerechtshof Leeuwarden
Volg hier meer jurisprudentie.