Informatie / Pensioenfonds Openbare Bibliotheken / veelgestelde vragen over pensioenfondsen – najaar 2008
veelgestelde vragen over pensioenfondsen – najaar 2008
- De kwartaalcijfers van de pensioenfondsen zijn negatief. Hoe komt dat?
- Waarom hebben pensioenfondsen last van een lagere rente?
- Wat zijn de gevolgen hiervan voor het pensioenstelsel?
- Kunnen de pensioenen nog steeds uitbetaald worden?
- Er vallen banken en verzekeraars om. Is mijn pensioenfonds als volgende aan de beurt?
- Wat betekenen de verliezen op de beurs voor de gepensioneerden?
- Wat betekenen de verliezen op de beurs voor werknemers die nu pensioen opbouwen?
- Waarom beleggen pensioenfondsen eigenlijk nog in aandelen?
- De dekkingsgraad van pensioenfonds Y is onder de 105% gezakt. Wat betekent dat?
- Wat kan een pensioenfonds doen, om de reserves weer op peil te krijgen?
- Moeten pensioenfondsen die in zwaar weer zitten nu aandelen gaan verkopen?
- En wanneer een pensioenfonds onder de 100% komt? Kunnen de pensioenen dan nog uitbetaald worden?
- Gaan de pensioenpremies nu omhoog?
- Wat is er na september nog allemaal gebeurd? Is het niet nog veel erger geworden?
1. De kwartaalcijfers van de pensioenfondsen zijn negatief. Hoe komt dat?
Het algemene beeld is dat het derde kwartaal, en dan in het bijzonder de maand september, een bijzonder slechte tijd was voor beleggingen. Ook in de eerste twee kwartalen daalden de aandelenkoersen al flink. De dalende rente maakt het voor pensioenfondsen nog extra lastig.
Pensioenfondsen beleggen gemiddeld ongeveer 40% van hun vermogen in aandelen. Dat is nodig, omdat op de lange termijn aandelen naar verwachting een hoger rendement opleveren dan bijvoorbeeld staatsleningen. De beleggingen zijn goed gespreid, zowel over veel verschillende sectoren als regionaal. De meeste pensioenfondsen beleggen wereldwijd. Door die spreiding wordt het beleggingsrisico zo beperkt mogelijk gehouden. De kredietcrisis zorgde echter voor koersdalingen op alle fronten en over de hele wereld. Ondanks de spreiding van de beleggingen werden daardoor dus ook pensioenfondsen geraakt.
De afgelopen tijd is de zogenoemde lange rente flink gedaald. Voor pensioenfondsen is die daling slecht nieuws. Dat zit zo.
Pensioenfondsen moeten de actuele stand van de lange rente gebruiken om te berekenen hoeveel geld ze nu opzij moeten zetten om alle toekomstige pensioenen uit te betalen. Vergelijk het met een spaarrekening. Stel je wilt nu een eenmalige storting doen om over 25 jaar 25.000 euro te hebben. Bij een rente van 5% moet je dan nu 7500 euro opzij zetten. Maar bij een rente van 3% wordt het bedrag dat je op je spaarrekening moet storten opeens 12.000 euro.
Zo werkt het ook bij pensioenfondsen. Als de rente daalt, worden de toekomstige pensioenen als het ware duurder. De fondsen moeten er dan dus meer voor opzij zetten. Daardoor dalen de reserves.
Het Nederlandse pensioenstelsel is het meest robuuste ter wereld. Pensioenfondsen bouwen met de premies die ze ontvangen vermogen op, waarmee ze later de pensioenen betalen. Pensioenfondsen moeten aan strenge reserve-eisen voldoen. Ze hebben dan ook stevige reserves opgebouwd. Die reserves zijn bedoeld om tegen een stootje te kunnen als de economie in zwaar weer belandt. Dat is nu het geval. Dat wordt ingeteerd op de reserves is op zichzelf dan ook geen probleem; daar zijn de reserves juist voor bedoeld. Wel blijkt uit de kwartaalcijfers dat door de kredietcrisis de reserves in een snel tempo zijn geslonken.
Pensioenfondsen zijn echter langetermijnbeleggers, die niet afhankelijk zijn van dagkoersen. Hoewel kwartaalcijfers belangrijk zijn, telt uiteindelijk het langetermijnresultaat. Door die focus op de lange termijn, hebben pensioenfondsen de tijd om een crisis als deze uit te zitten. Ze hoeven niet naar buiten bij zwaar weer. Na de bui nemen ze de schade op en gaan werken aan herstel. Zo is dat ook gebeurd na de beurscrisis van 2001 en 2002.
5. Er vallen banken en verzekeraars om. Is mijn pensioenfonds als volgende aan de beurt?
Een pensioenfonds is geen bank of een verzekeraar en kan ook niet omvallen.
Bij een bank die in de problemen raakt komt dit meestal door een direct gebrek aan contant geld. Onzekere spaarders halen hun geld van de bank en onzekere investeerders trekken hun vermogen terug. Daardoor kan een bank niet meer aan zijn verplichtingen voldoen en failliet gaan.
Bij een pensioenfonds kan dat niet gebeuren. Mensen kunnen niet aan het loket komen om hun opgebouwde pensioen eerder op te eisen. Ook heeft een pensioenfonds geen investeerders die hun geld kunnen terugtrekken. Bovendien krijgt een pensioenfonds iedere maand of kwartaal premies binnen, die meer dan voldoende zijn om de lopende uitkeringen te betalen. Een pensioenfonds heeft dus per definitie nooit gebrek aan contanten.
Als een pensioenfonds te weinig reserves heeft, moet het maatregelen nemen om die reserves weer aan te vullen. De gepensioneerde moet er rekening mee houden dat zijn uitkering niet geheel zal meestijgen met de prijzen. In sommige gevallen zal deze zogeheten indexatie in 2009 helemaal niet plaatsvinden. Voor de indexatie wordt namelijk geen premie betaald. De premie is alleen bedoeld voor de pensioenen zonder verhogingen. De indexatie moet worden betaald uit de beleggingsopbrengsten.
De ervaring leert dat wanneer het weer beter gaat met de pensioenfondsen, ze meestal de misgelopen indexatie inhalen. De koopkracht van gepensioneerden wordt dan weer hersteld.
Veel pensioenfondsen wachten overigens nog even met een besluit over de indexatie in 2009. De Nederlandsche Bank en de Stichting van de Arbeid hebben de pensioenfondsen opgeroepen geen overhaaste besluiten te nemen, maar eerst de cijfers goed te analyseren en te kijken hoe de financiële markten zich ontwikkelen.
In ieder geval zijn de uitkeringen veilig. Wat gepensioneerden vandaag ontvangen, krijgen ze vanzelfsprekend ook in 2009. Pensioenfondsen hebben grote vermogens, die toereikend zijn om de komende vele tientallen jaren de pensioenen uit te betalen.
7. Wat betekenen de verliezen op de beurs voor werknemers die nu pensioen opbouwen?
Ook het pensioen dat werknemers opbouwen, wordt als het mogelijk is ieder jaar verhoogd. Op die manier groeit hun pensioenspaarpot mee met de inflatie. Dat is belangrijk, omdat anders het pensioen tegen de tijd dat iemand stopt met werken, niet veel meer waard zou zijn.
Omdat de reserves van de pensioenfondsen door de kredietcrisis geslonken zijn, zullen veel werknemers in 2009 geen of slechts een gedeeltelijke verhoging van hun opgebouwde pensioen krijgen. Wanneer het beter gaat, zullen sommige fondsen proberen dit in te halen. In sommige gevallen kan worden besloten de premie te laten stijgen, om zo de reserves sneller weer op peil te brengen.
De pensioenpremie die werknemers en werkgevers betalen, is toereikend om de basispensioenen van te betalen. De premie is niet bedoeld om de jaarlijkse verhoging van de pensioenen te betalen. Die moet komen uit de rendementen die de pensioenfondsen maken op hun beleggingen.
Aandelen kennen een hoger risico dan bijvoorbeeld staatsobligaties, maar historisch gezien geven ze op de lange termijn ook een hoger rendement. Bovendien moeten pensioenfondsen hun beleggingen spreiden. Zonder beleggingen in aandelen en andere beleggingen met een hoger rendement, worden pensioenen uiteindelijk lager óf zelfs onbetaalbaar.
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de pensioenfondsen. Wanneer de dekkingsgraad van een pensioenfonds onder de 105% is gezakt -wat betekent dat tegenover iedere euro die aan pensioen uitgekeerd moet worden, 1,05 euro in kas zit- moet het pensioenfonds zich melden bij De Nederlandsche Bank. In overleg met De Nederlandsche Bank maakt het pensioenfonds een herstelplan, waarin staat hoe het pensioenfonds binnen drie jaar weer boven de dekkingsgraad van 105% uit denkt te komen. Dat kan op verschillende manieren.
NB: Y is niet het POB, dat zit heel ruim boven die grens!
Een pensioenfonds met een tekort aan reserves moet zorgen dat het risico om nog verder te slinken niet groter wordt. Meer beleggingsrisico nemen om extra rendement te halen is dus een lastige zaak. Vaak moet juist het tegenovergestelde gebeuren: het beleggingsbeleid aanpassen om de risico’s te verminderen. Er zijn ook andere mogelijkheden om de reserves aan te vullen:
- Beperken van de jaarlijkse verhoging van de pensioenen (indexatie, zie hierboven).
- Verhogen van de pensioenpremies (zie hierboven).
- In het uiterste geval kunnen ook de pensioenbeloftes worden versoberd. Omdat pensioenfondsen vaak ruim de tijd hebben om te herstellen, is deze maatregel erg onwaarschijnlijk.
Nee, De Nederlandsche Bank heeft de pensioenfondsbesturen juist opgeroepen om geen overhaaste beslissingen te nemen. Pensioenfondsen die een tekort hebben moeten een herstelplan maken, waarin staat hoe het pensioenfonds denkt de financiële positie te herstellen. De Nederlandsche Bank kijkt daarbij naar de specifieke situatie van het fonds. Nu overhaast het beleggingsbeleid aanpassen en aandelen verkopen is dus niet nodig. Aandelen verkopen op een dieptepunt van de markt zou ook onverstandig zijn. Bovendien zouden de beurzen een nieuwe duikvlucht naar beneden maken op het moment dat pensioenfondsen massaal hun aandelen gaan verkopen.
12. En wanneer een pensioenfonds onder de 100% komt? Kunnen de pensioenen dan nog uitbetaald worden?
Bij een percentage onder de 100 spreken we over onderdekking. Dit betekent dat wanneer het pensioenfonds onmiddellijk zou ophouden te bestaan, niet alle pensioenen voor de komende tachtig jaar volledig en in één keer uitbetaald zouden kunnen worden. Dit komt in de praktijk niet voor. Het gemiddelde pensioenfonds heeft bovendien bij onderdekking ruim de tijd om de tekorten weg te werken. De Nederlandsche Bank houdt daar streng toezicht op.
13. Gaan de pensioenpremies nu omhoog?
Eén van de maatregelen die een pensioenfonds kán nemen om de reserves weer op peil te brengen, is het verhogen van de premies. Dit kan gebeuren in combinatie met het slechts gedeeltelijk of helemaal niet verhogen van de pensioenen. Zo dragen alle partijen, werkgevers, werknemers en gepensioneerden, hun steentje bij aan het op peil brengen van de reserves.
Het is nu nog te vroeg om al uitspraken te doen over de hoogte van de premie en de verhogingen van de pensioenen in 2009. De Nederlandsche Bank heeft de pensioenfondsen opgeroepen geen overhaaste besluiten te nemen, maar eerst de cijfers goed te analyseren en naar de lange termijn te kijken.
14. Wat is er na september nog allemaal gebeurd? Is het niet nog veel erger geworden?
De eerste weken van oktober belandden de beurzen wereldwijd in een ware glijvlucht. Daardoor slonken de reserves van de pensioenfondsen verder. De bewegingen van de aandelenkoersen lieten echter ook zien dat er weinig uit op te maken valt. Enorme dalingen werden afgewisseld met forse stijgingen van de koersen.
Voor een pensioenfonds, dat altijd belegt met een lange termijn doelstelling, is het niet zinvol om te reageren op deze dagkoersen. Pensioenfondsen zullen dan ook geen overhaaste besluiten nemen over hun beleggingsbeleid, over de indexatie in 2009 of over de premie.