HRM-ondersteuning / Vakantiewetgeving per 2012
Vakantiewetgeving per 2012
In de nieuwsbrief van juni informeerden wij u al over de nieuwe wetgeving over vakantieopbouw. Nu de invoeringsdatum dichterbij komt willen we wat dieper ingaan op de effecten van de nieuwe regels op de opbouw van vakantie met name in de overgangssituatie.
De nieuwe regelgeving volgt op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in 2009 waarin het Hof oordeelde dat de regeling in het BW strijdig was met artikel 7, lid 1 van richtlijn 2003/88 EG.
Kort overzicht van de wijzigingen
De wet bepaalt dat iedere fulltime werknemer 20 vakantiedagen per jaar opbouwt. Dit zijn de wettelijke dagen. De CAO OB voegt daar per jaar nog 5 dagen aan toe, de zogenaamde bovenwettelijke dagen. In de nieuwe regeling is de vervaltermijn van de wettelijke dagen verkort van 5 jaar tot 6 maanden. De verjaringstermijn van de bovenwettelijke dagen blijft 5 jaar.
Vanaf 1.1.2012 bouwen zieke werknemers evenveel vakantiedagen op als hun niet-zieke collega’s. Voor het saldo opgebouwde vrije dagen tot 2012 verandert er niets; deze houden hun verjaringstermijn van 5 jaar.
Onderscheid vervaltermijn en verjaringstermijn
Bij het lezen van het vervolg is het goed om het verschil te weten tussen een vervaltermijn en een verjaringstermijn.
Een verjaringstermijn kan door de werknemer worden gestuit. Dat wil zeggen: de werknemer kan in een schriftelijke verklaring aan de werkgever aangeven dat hij het recht op de vakantiedagen wil behouden.
Een vervaltermijn kan niet worden gestuit. Een schriftelijke verklaring kan het vervallen van vakantiedagen niet tegenhouden.
De nieuwe wetgeving kent geen terugwerkende kracht, maar ook geen overgangsregel.
Vervaltermijn wettelijke en verjaringstermijn bovenwettelijke vakantiedagen
In de nieuwe wetgeving is de vervaltermijn van de wettelijke vakantiedagen beperkt. Iedere werknemer bouwt jaarlijks een wettelijk deel en een bovenwettelijk deel aan verlof op. Het wettelijk deel van de verlofaanspraak moet vanaf 1 januari 2012 vóór 1 juli van het jaar erna zijn geëffectueerd. Wettelijke dagen die in 2012 zijn opgebouwd, moeten dus vóór 1 juli 2013 worden opgenomen. Wat niet is opgenomen komt per 1 juli te vervallen. De bovenwettelijke dagen die in 2012 worden opgebouwd, verjaren per 1 januari 2018.
De aanspraak op wettelijke dagen én bovenwettelijke dagen opgebouwd in 2011 behoudt de verjaringstermijn van vijf jaar en verjaart op 1 januari 2017.
Door deze nieuwe regelgeving kan het voor de werknemer van belang zijn eerst vakantietegoed op te nemen dat het eerst komt te vervallen en niet, zoals voorheen, het tegoed dat het eerst is opgebouwd.
Het is dus van groot belang in de verlof administratie duidelijk onderscheid te maken tussen wettelijke en bovenwettelijke dagen én wanneer ze komen te vervallen respectievelijk verjaren.
Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk:
Een werknemer heeft op 1 januari 2012 nog 70 dagen verlofaanspraak. De aanspraak is ontstaan in 2009 (20 dagen, verjaren op 1.1.2015), 2010 (25 dagen verjaren op 1.1.2016), 2011 (25 dagen verjaren op 1.1.2017).
De dagen uit 2009 verjaren ultimo 2014, voor de werknemer dus reden om die 'oude' dagen eerder op te nemen dat wat hij in 2014 aan wettelijke vakantiedagen opbouwt. Die laatste dagen kan hij weer beter opnemen voor hij aan zijn ook 'oude' tegoed van 2010 en 2011 begint, want de wettelijke dagen van 2014 vervallen op 1 juli 2015.
Te adviseren is dus de verlofadministratie hierop in te richten, maar wellicht ook afspraken te maken met de werknemers die nog een stuwmeer aan vakantiedagen hebben hoe deze weg te werken voor ze vervallen of verjaren. Eén mogelijkheid is dan bijvoorbeeld de bovenwettelijke dagen uit te betalen, als werkgever en werknemer het daarover eens zijn.
Opbouw vakantie tijdens ziekte
Daarnaast wordt in de nieuwe wetgeving géén onderscheid meer gemaakt tussen de opbouw van vakantiedagen tussen werkende en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers.
Volgens de huidige regels in het BW bouwt iemand die langdurig ziek is verlof op gedurende een periode van zes maanden. Is een werknemer langer ziek, dan bouwt hij slechts verlof op gedurende de laatste zes maanden van zijn ziekte. Bij een onderbreking van langer dan een maand start een nieuwe periode van opbouw van zes maanden.
Iemand die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, bouwt alleen vakantie op over de gewerkte uren, over de niet gewerkte uren bouwt hij geen verlof op.
Vanaf 1 januari 2012 wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen gezonde en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers. Zoals gezegd kent de nieuwe wetgeving geen terugwerkende kracht, maar ook geen overgangsregel.
Opbouw werknemers die in 2011 ziek zijn geworden en ook in 2012 nog ziek zijn
Deze situaties zijn het best aan de hand van voorbeelden uit te leggen. In de voorbeelden wordt uitgegaan van een fulltime medewerker die conform de CAO OB 180 uur vakantie opbouwt per jaar, waarvan het wettelijk deel 144 uur bedraagt.
Werknemer A
Werknemer A is ziek geworden op 1 mei 2011 en hervat zijn werkzaamheden weer op 1 januari 2012.
De hele periode van arbeidsongeschiktheid valt nog onder de huidige wetgeving. Werknemer A bouwt gedurende zijn ziekte over de laatste 6 maanden 90 uur verlof op .
De verjaringstermijn van deze verlofdagen is vijf jaar na het jaar van opbouw; dus op 1 januari 2017.
Werknemer B
Werknemer B wordt ziek op 1 mei 2011 en hervat zijn werkzaamheden op 1 maart 2012.
Volgens de huidige regelgeving bouwt B vakantie op over de laatste 6 maanden van zijn ziekte, dit zijn dus de maanden november 2011 tot en met april 2012. (Pas) in de maanden november en december bouwt B volgens de huidige regelgeving volledig verlof op.
Vanaf 1 januari 2012 geldt de nieuwe regelgeving. Vanaf dan bouwt hij evenveel verlof op als zijn gezonde collega.
De verjaringstermijn van de dagen opgebouwd in 2011 is vijf jaar na het jaar van opbouw, op 1 januari 2017. Van de opbouw in 2012 vervalt het wettelijk deel op 1 juli 2013.
Werknemer C
Werknemer C is ziek van 1 mei 2011 en hervat zijn werk op 1 september 2012.
Voor de periode van 1 mei 2011 tot 1 januari 2012 geldt de oude regelgeving. De laatste zes maanden van zijn ziekte zijn de maanden maart tot en met september 2012. In de periode vóór maart 2012 bouwt hij volgens de oude regeling géén verlof op. Vanaf 1 januari 2012 geldt de nieuwe regelgeving en volgens deze regeling bouwt C vanaf 1 januari 2012, net als zijn gezonde collega, volledig vakantiedagen op, dus over alle acht maanden van zijn ziekte in 2012. Over de acht maanden van zijn ziekte in 2011 heeft hij geen opbouw.
De niet opgenomen in 2012 opgebouwde wettelijke dagen vervallen op 1 juli 2013.
rev 3 feb 2012